“Ik houd van de rafelrandjes” – Stefan de Vries over zijn fascinatie voor Japan

Nederlanders kennen hem vooral als de Frankrijk correspondent van RTL Nieuws, maar wist je dat Stefan de Vries ook een enorme Japan Fan is? In dit interview vertelt hij er meer over. En: binnenkort maakt hij om de week een “Fun Fact Friday” filmpje met een leuk weetje over Japan. Stay tuned!

“Ik ben vijf keer in Japan geweest, oorspronkelijk wilde ik ieder half jaar gaan, maar toen kwam Corona… dus de laatste keer was in december 2019, een maand voor de uitbraak. Dat is dus alweer twee jaar geleden. Ik ben tot nu toe vooral op het belangrijkste eiland geweest, Tokio, Kyoto, Hiroshima en alles daartussenin. Heel veel in Tokio, want daar wil ik eigenlijk wel wonen, maar dat is een volgend project. Ik zou heel graag als journalist willen werken in Tokio, voor internationale nieuwszenders, bijvoorbeeld. Inmiddels heb ik al veel contacten daar, ik ben een netwerk aan het opbouwen en leer fanatiek Japans. Het is wel mijn doel om vloeiend Japans te leren spreken. Twee jaar geleden zei ik tegen een vriend dat mijn doel is dat ik over vijf jaar – dat is dus nu over drie jaar – in een Japans televisieprogramma zit om in het Japans te vertellen over de Europese politiek. Dat is mijn ambitieniveau! En ja, ik ben inmiddels al een keertje op de Japanse televisie geweest, maar nog niet precies zoals ik het wilde, nagesynchroniseerd. Dus ja, ik ga daar iets doen – wanneer weet ik niet, in welke vorm precies weet ik ook nog niet, maar ik wil absoluut daar een tijd gaan zitten. Zodra het weer kan zit ik daar.”

Stefan de Vries in Harajuku

Japan
“Waarom Japan… ja, waarom niet? Er zijn redenen genoeg, allemaal clichés, maar ze gelden voor mij. Zoals het eten dat ik fantastisch vind, de fascinerende geschiedenis met de interessante band met Nederland, de esthetiek, het verzorgde, de beleefdheid… en dat het tegelijkertijd ook een totaal opgefokt land is, met ook heel veel zwarte kanten. Die zie ik ook wel. Maar al met al voel ik me in Japan altijd enorm thuis. Ook al is het 10.000 km hier vandaan, aan de andere kant van de wereld, ik voel me er steeds direct op mijn gemak en loop daar rond alsof ik er al jaren woon. Dat is natuurlijk heel raar, want ik heb op het eerste gezicht niets gemeen met de Japanners. Maar misschien op het tweede gezicht wel?

Bovendien kan ik me inmiddels aardig redden in het Japans – dat scheelt. Meestal zijn de Japanners erg terughoudend zodra ze een buitenlander zien, ze schamen zich dat ze zo slecht Engels spreken en zouden het liefst onder de toonbank duiken als je hun winkel binnenloopt. Maar zodra je dan een paar woordjes Japans tot ze richt gaan ze meteen open en heb je direct een leuk contact met ze. Als toerist is dat toch lastiger, ook dan kun je erg genieten van Japan, natuurlijk, maar je beleeft het dan wel echt als een buitenstaander. Daarom wil ik er eigenlijk gewoon een tijd gaan wonen. Liefst in Tokio. Tokio is natuurlijk meerdere keren helemaal verwoest – het is eigenlijk heel lelijk. Ik vind het de mooiste lelijke stad ter wereld, want juist in die chaos zit ook veel schoonheid verborgen. Dat is wat me heel erg aantrekt in Japan en met name in Tokio, ik ben erg gek op Tokio. Maar de rest van het land is natuurlijk ook geweldig.” 

Omgangsvormen
“Aan de geraffineerdheid en de beleefdheid moet je als Nederlander in het begin erg wennen, zoals dat constante buigen, dat lijkt in het begin heel onderdanig, maar het is een vorm van respect en dat vind ik mooi. Het vergemakkelijkt de omgang. Als ik het vergelijk met de botheid in Nederland en in Frankrijk – waarin iedereen altijd chagrijnig is en je afblaft – dan is Japan echt een verademing. Af en toe ook wel een beetje vermoeiend, maar over het algemeen wel heel erg fijn. Contact maken is altijd mooi. Ik vind het gewoon leuk om in mijn eentje naar een barretje te gaan en dan een beetje te praten met een stel dronken bezoekers en de barman. Al zijn het maar een paar zinnetjes – je wordt gewoon heel hartelijk ontvangen en je merkt dat mensen het grappig vinden als je Japans spreekt en probeert je aan te passen aan de omgangsvormen. 

Als journalist heb ik natuurlijk altijd een goed excuus om allerlei dingen aan mensen te vragen. Daardoor spreek ik ook over veel meer onderwerpen dan je zou doen als je gewoon een normale burger bent. En ook over die wat meer ingewikkelde kwesties is het goed praten met de Japanners, omdat ze altijd beleefd blijven. Dat vind ik prettig, dat het niet zo invasief is. Zelf ben ik ook redelijk gereserveerd – ik hoef niet zo snel bij mensen thuis op bezoek, bijvoorbeeld, maar als het dan wel gebeurt, dan is het ook echt gemeend. De manier waarop Japanners met mensen omgaan, tenminste, als we het hebben over die gereserveerdheid en beleefdheid, dat past goed bij wie ik ben.”

Geluk is een kopje thee in een Japanse trein met uitzicht op Fuji-san

Twee gezichten
“De prachtige en sprookjesachtige kant van Japan die je in de Japan Fans groep zoveel terug ziet komen, dat is ook de realiteit. Maar die realiteit heeft ook een keerzijde en die vind ik minstens zo interessant. Ik houd van rafelrandjes. Al jaren lees ik vrij veel over Japan en praat daar ook veel over met mensen, zowel binnen als buiten Japan. Daardoor wordt mijn beeld van het land steeds genuanceerder en krijg ik ook een beter beeld van de kant van Japan die je niet zo snel ziet als je daar alleen al die lekkere gerechten tot je neemt, of thee drinkt met uitzicht op Fuji-san, of door Kioto wandelt en een geisha voorbij ziet schieten… Het vastgeroeste politieke systeem en de corruptie zie je niet als toerist. Zelf zie ik natuurlijk ook maar het topje van de ijsberg, want ik zit niet in de cultuur. Maar ik lees er wel veel over en heb inmiddels ook wat zakelijke contacten, waardoor ik iets meer weet over de nare kanten.

De duistere kant die mij het meest opvalt is de enorme stress in de maatschappij, niet alleen door de kantoorcultuur, maar ook door de tradities. De druk om je sociaal aan te passen is enorm, je bent altijd onderdeel van een groep en binnen die groep moet je functioneren. Dat is voor heel veel individuen behoorlijk lastig. Ook de verhoudingen tussen mannen en vrouwen zijn in onze ogen behoorlijk ouderwets: mannen gaan met mannen uit, vrouwen gaan met vrouwen uit. Er zijn ook nauwelijks vriendschappen tussen Japanse mannen en Japanse vrouwen. Dat begint nu ook te schuren, want vrouwen zijn steeds hoger opgeleid en hebben helemaal geen zin meer om dat oude systeem te reproduceren. Daardoor krimpt het land als het ware, want het bevolkingsaantal daalt heel snel, schattingen hebben het over een krimp van 1300 mensen per dag – en in Nederland groeit de bevolking juist met ruim 300 mensen per dag. Er worden veel minder kinderen geboren door de emancipatie van de Japanse vrouw, die zich steeds minder aantrekt van de tradities. Daardoor lijkt het vaak ook alsof Japanse vrouwen in het algemeen meer interesse hebben in niet-Japanse mannen, maar dat is een generalisatie en lastig te onderzoeken.”

Kantoorcultuur vs Covid
“Het werk is in Japan het meest belangrijk. Ik ben erg benieuwd of Corona daar een verandering in zal gaan maken. Japanners komen op kantoor om te laten zien dat ze er zijn – ze zorgen dat ze er zitten voordat de chef er is en gaan pas naar huis als de chef weer naar huis is. Daarmee drukken ze uit dat ze toegewijd zijn aan de onderneming. Een of twee keer in de week gaan ze wel enorm zuipen met hun baas, om de druk van de ketel te halen – dan zeggen ze misschien wel alles wat ze over hem denken en wederzijds – en de volgende ochtend zit iedereen weer in het gelid. Vooralsnog blijft het een opgefokt land. Dat zie je ook in het Japanse onderwijssysteem, bijvoorbeeld. Wat dat betreft heeft het raakvlakken met Frankrijk, qua stress in de maatschappij en hiërarchische verhoudingen.

Maar door het thuiswerken, wat eigenlijk helemaal nog niet zo ontwikkeld was in Japan, beginnen die grenzen te vervagen. Nu ontdekken veel Japanners dat ze ook prima thuis kunnen blijven en zich met een geldig excuus onttrekken aan de ‘ratrace’ van vroeg opstaan, lang in de drukke metro, lange dagen draaien, regelmatig drinken met de baas etc. Dat is een interessante ontwikkeling en ik ben benieuwd hoe dit uit zal pakken.”

Robots vs Immigranten
“Een andere interessante ontwikkeling is natuurlijk de robotica. Japan is – ook net als Frankrijk – groot geworden door de globalisering, die tegelijkertijd een bedreiging vormt voor de cultuur. De Japanners zijn zo lang geïsoleerd geweest, dat ze echt het idee hebben dat zij uniek en apart zijn. Niet eens zozeer uit racisme, maar meer vanuit tradities. Het is een etnisch homogeen land, er zijn nauwelijks immigranten. En hoewel het land langzaam ‘verdwijnt’ door de snel krimpende bevolking, willen ze liever geen immigranten binnenhalen. Daarom zetten ze zo in op robots – dat is een van hun oplossingen om de veroudering en vergrijzing tegen te gaan. En daar zijn ze al heel erg ver mee. Volgens mij is het echte antwoord, in economische zin, toch om immigranten binnen te halen, maar dan loop je wel het risico op verwatering van ‘het Japanse ras’ als je het racistisch bekijken wilt. Dat is wel waar veel Japanners bang voor zijn.

De laatste 20 jaar heeft China de positie van Japan op veel gebieden overgenomen. De Japanners waren bijvoorbeeld heel goed in auto’s maken en in elektronica. Maar op het gebied van de ontwikkeling van de elektronische auto zijn ze lang niet zo ver als China – daar hebben ze echt wel iets gemist. Japan blijft wel een enorme ‘soft power’ en dat is de laatste 20 jaar alleen maar versterkt: over de hele wereld vind je Japan Fans en zaken als manga en anime worden alleen maar populairder. Cultureel is het natuurlijk een super interessant land, maar ik denk niet dat ze zichzelf bewust verkopen. Als je kijkt naar hoe Korea dat doet, met hun K-pop en hun films en series, dat is echt onderdeel van het Koreaanse beleid. Dat heeft Japan helemaal niet. Het is eigenlijk bij toeval dat zij dingen maken die wij heel mooi of cool vinden. In zekere zin is Japan overvallen door de globalisering, terwijl dat tegelijkertijd ook de sleutel is geweest tot hun succes sinds de tweede wereldoorlog. Het voelt alsof ze toch niet echt meegekomen zijn en nu robots inzetten om dit op te lossen. Die paradox vind ik heel interessant en ik zou er heel graag een tijdje willen zitten om dat beter te leren begrijpen!”